Burgerarbeiders in kamp Vught

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

 

Stichting Nationaal Monument Kamp Vught

 

Tijdsbestek: najaar 1942-1944
Locatie: Selfkant Duitsland, Vught, Cromvoirt
Aantal interviews: 10

(beperkt openbaar)

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-zpz-6g46

 

Kamp Vught was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige SS-concentratiekamp ten westen van de Duitse rijksgrens. Vanaf de eerste werkzaamheden voor de bouw van het kamp, medio 1942, tot aan de ontruiming van het kamp in september 1944, zijn uiteenlopende groepen arbeiders betrokken geweest bij dit kamp. Daarnaast werden omwonenden van het ene op het andere moment geconfronteerd met een instrument van vervolging en terreur. Menigeen werd geraakt door het lot van de gevangenen, probeerde te helpen, maar belandde uiteindelijk zelf achter het prikkeldraad. De verhalen van de omwonenden zijn nog maar in zeer beperkte mate tot de geschiedschrijving doorgedrongen. Evenmin is voldoende aandacht besteed aan de ‘vrijwillige’ arbeid door de burger-arbeiders.

 

In het kader van dit oral history-project zijn acht getuigenissen van Nederlandse burger-arbeiders en omwonenden vastgelegd. Aandacht voor deze vrijwel vergeten groepen betekent ook een interessante inkijk in het gedrag en de dilemma’s waarvoor zij kwamen te staan, de keuzes die werden gemaakt en de consequenties daarvan. Deze groepen ‘omstanders’ krijgen door middel van de interviews een scherper profiel.

 

In 1942 werd begonnen met de bouw van Konzentrationslager Herzogenbusch, zoals Kamp Vught officieel heette. Toen de eerste uitgehongerde en afgebeulde gevangenen in januari 1943 uit kamp Amersfoort aankwamen, was Vught nog niet gereed. De gevangenen moesten het kamp zelf afbouwen. De miserabele omstandigheden kostten in de eerste maanden al enige honderden mensen het leven. In totaal werden ruim 31.000 mensen tussen januari 1943 en september 1944 korte of langere tijd opgesloten in het kamp. Behalve 12.000 Joden zaten in Vught ook politieke gevangenen, verzetsstrijders, Jehovah’s Getuigen, studenten, zwarthandelaren en illegale slachters, criminelen en gijzelaars. Van hen vonden meer dan 750 kinderen, vrouwen en mannen in het kamp de dood door honger, ziekte en mishandeling.