menu

Koopvaardijgezinnen in Oorlogstijd

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Zigma ©, Goert Giltay (Cineast), Drs. Tineke de Danschutter (research, interviews)

 

Tijdsbestek: 1920-2010
Locatie: Nederland
Aantal interviews: 9

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xqf-ksx8

 

Interviews te zien via:

 

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bevonden zich talloze Nederlandse koopvaardijschepen in internationale wateren of in havens van de geallieerde bondgenoten. Op grond van de Vaarplicht werden koopvaardijbemanningen ter beschikking gesteld aan de geallieerde strijd, waardoor zij van de ene op de andere dag een soort frontsoldaten werden. Tot aan het einde van de Vaarplicht droegen de koopvaardijopvarenden bij aan de geallieerde oorlogsvoering door het verschepen van troepen, wapens, olie en andere grondstoffen onder de meest gevaarlijke omstandigheden. Met name door de Duitse U-Boote werden veel Nederlandse schepen tot zinken gebracht. In totaal verloren 7000 zeelieden tijdens de oorlog het leven.

 

Niet alleen stonden de Nederlandse zeelieden voortdurend bloot aan de dreiging van Duitse en Japanse torpedo’s en bommenwerpers. Zij verkeerden bovendien in permanente onzekerheid over het lot van hun families, die op hun beurt vrijwel niets vernamen van hun echtgenoten, vaders en broers die betrokken waren bij riskante militaire invasies. Hoe is het de in Nederland achtergebleven gezinnen in de oorlogsjaren vergaan? Om hun oorlogsherinneringen voor het nageslacht te bewaren, zijn vraaggesprekken gevoerd met familieleden van zeelieden die tijdens de oorlogsjaren buitengaats waren. De geïnterviewden laten niet alleen iets zien van hun angsten en onzekerheden. Ook doen zij uit de doeken hoe zij destijds de  financiële teruggang het hoofd hebben geboden. De Duitse bezetter had immers het uitbetalen van de salarissen gestaakt, omdat de zeelieden in geallieerde dienst voeren. Voortaan waren de zeemansgezinnen aangewezen op een salaris van de rederij dat in het begin gelijk lag aan de uitkering van het Maatschappelijk Hulpbetoon, maar dat later nog lager werd.