menu
Geef een of meerdere zoektermen op.
Gebruik dubbele aanhalingstekens om in de exacte woordvolgorde te zoeken.

Corinna van Schendel over Arthur van Schendel

Philo Bregstein
 
Tijdsaanduiding: onbekend (Van Schendel leefde van 1874-1946)
Aantal interviews: 5 (1 persoon)
Toegankelijkheid: beperkt
Transcripties: nee
Periode interviews: 1977
Opmerkingen:

Soort interview: journalistiek

 

De collectie is nog niet gedigitaliseerd en daarom niet direct in te zien bij Beeld & Geluid. Digitalisering kan wel worden aangevraagd bij Beeld & Geluid via: zakelijk@beeldengeluid.nl

 

In DAAN, het digitale archief van Beeld & Geluid is wel het volgende item: Dromen van leven 22-08-1977 NCRV, waarvoor de interviews dienden. 

Drager: 10 geluidsbanden
 

Philo Bregstein interviewde Corinna van Schendel (1909-1985), dochter van de schrijver Arthur van Schendel (1874-1946). Deze grote Nederlandse auteur is onder andere bekend van het boek Een zwerver verliefd. De interviews zijn gehouden ten behoeve van een televisieportret van het leven en werk van haar vader, onder de titel Dromen van leven, uitgezonden in de NCRV-serie ‘Open Boek’ op 22 augustus 1977. Bregstein en Corinna van Schendel trokken langs plaatsen waar Van Schendel woonde en schreef: Batavia, Florence, Sestri Levante en Amsterdam.

Triofilm

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap
 
Tijdsaanduiding: 1948-1960
Aantal interviews: 3
Toegankelijkheid: t.b.v. onderzoek
Transcripties: ja
Periode interviews: 1993-1994

Opmerkingen:

De collectie is nog niet gedigitaliseerd en daarom niet direct in te zien bij Beeld & Geluid. Digitalisering kan wel worden aangevraagd via Beeld & Geluid.

Drager: 3 cassettebanden
 

De interviews zijn gemaakt t.b.v. Brouwers’ en Hogenkamps filmografie Triofilm 1946-1978. Filmproduktiebedrijf en laboratorium, Amsterdam: Stichting Film en Wetenschap (SFW-werkuitgave no.4), 1994.

 

De geïnterviewden spreken over de tijd dat zij bij het in 1946 door Jo de Haas, Theo Cornelissen en Paul A.J. Wijnhoff opgerichte filmproduktiebedrijf en -laboratorium Triofilm werkten.

Herman Greven (geb. 1933) was vanaf 1948 als laborant werkzaam bij Triofilm, voordat hij in 1953 naar de
Cinetone-studio’s ging, om nog weer later emplooi te vinden in het filmbeheer bij het Nederlands Filmmuseum (NFM).

Peter Jonen (geb. 1927) was, na jaren Polygoon, van 1953 tot 1960 als laborant bij Triofilm in dienst. Via verscheidene andere produktiemaatschappijen, waaronder Joop Geesink, kwam hij uiteindelijk in 1971 als cutter bij de Utrechtse Stichting Film en Wetenschap (SFW) terecht.

Piet van Strien (geb. 1929) begon in 1948 bij Triofilm als manusje van alles, kwam echter al snel in het laboratorium te werken en hanteerde vanaf 1953 (Watersnoodramp) de camera. In 1959 verliet hij het bedrijf en ging als free-lance filmer verder, o.a. voor het Britse Visnews.

 

Geïnterviewden:

  • Herman Greven
  • Peter Jonen
  • Piet van Strien

 

De aankomst en ontvangst van repatrianten in Amsterdam in 1945

Erna van Witsen-Weinberg (36), teruggekeerd uit de concentratiekampen Auschwitz, Ravensbrück en Neustadt-Glewe, op het Centraal Statuin, Amsterdam, eind juni 1945.
NIOD / Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO)
 
Tijdsaanduiding: 1945-
Toegankelijkheid: beperkt openbaar
Transcripties: Uitgebreide samenvattingen/verslagen chronologisch geordend op thema of periode
Periode interviews: 1999

link naar collectie

 

Volg de link.

Klik op:

Inventaris

3. Egodocumenten

  3.2 Interviews

      47 Uitgewerkte interviews over de aankomst en ontvangst van repatrianten in Amsterdam in 1945, 1999.

Opmerkingen:

De collectie is slechts raadpleegbaar na verkregen schriftelijke toestemming van de directeur van het NIOD.

 

 

 

 

Bossenbroek, M. (2001). De meelstreep. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Bert Bakker.

Piersma, H. (Ed.). (2001). Mensenheugenis. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Getuigenissen.
Bert Bakker, Stichting onderzoek terugkeer en opvang.

Kristel, C. (Ed.). (2002a). Binnenskamers. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog: besluitvorming.
Bert Bakker.
Kristel, C. (Ed.). (2002b). Polderschouw. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog: regionale
verschillen. Bert Bakker.

Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO)

NIOD 889, inventarisnummers 47, 48-51

 

Veel van de uit concentratiekampen en onderduikplaatsen teruggekeerde joden kregen in de zomer van 1945 te maken met negatieve reacties van de Nederlandse bevolking. 

 

Dienke Hondius, “Welkom” in Amsterdam. Aankomst en ontvangst van repatrianten in de hoofdstad in 1945, in: Kristel, Polderschouw, 201-221

 

Zie ook:

Terugkeer, Antisemitisme in Nederland rond de bevrijding

Dienke Hondius

ISBN: 9789012086455

Februaristaking Nederland

Comité Herdenking Februaristaking 1941, 1999
 
Tijdsaanduiding: 1941
Aantal interviews: 72
Toegankelijkheid: online
Transcripties: ja
Periode interviews: 1970-1980

Drager: oorspronkelijk 99 geluidsbanden. De banden zijn in 2015 gedigitaliseerd.

 

Transcripties: Zie voor transcripties de inv. nrs. 31-35 Interviews met voormalige deelnemers aan de Februaristaking. Z.j. 5 dozen van dit archief. De transcripties zijn soms uitgebreider dan het geluidmateriaal (bijvoorbeeld bij het interview met Simon Korper) hetgeen er op duidt dat er meer geluidsmateriaal geweest moet zijn en dat sommige banden zijn gemonteerd.

De Februaristaking werd gehouden tijdens de Tweede Wereldoorlog uit protest tegen de vele anti-joodse maatregelen en de jodenvervolging. Duizenden arbeiders legden hun werk neer. De staking begon op 25 februari 1941 in Amsterdam en breidde zich een dag later uit naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Hilversum en de stad Utrecht en directe omgeving. Het was de eerste grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter in Europa. De Februaristaking wordt sinds 1946 jaarlijks op 25 februari herdacht op het Jonas Daniël Meijerplein te Amsterdam, bij het beeld van Mari Andriessen “De Dokwerker”. De collectie omvat interviews gehouden door o.a. Jan Dop, Simon Korper en Gerard Maas met Februaristakers.

 

De Stichting Comité Herdenking Februaristaking 1941 is in 1990 opgericht als opvolger van het Februariherdenkingskomité.

 

Kroniek van de Februari-staking 1941

Auteur: Gerard Maas

Uitgever: Pegasus, Amsterdam, 1961

De interviews zijn gehouden door Jan Dop (1943), (cineast die samen met Kees Hin (1936-2020) en Frans van der Staak (overleden 2001) de speelfilm maakte over de Februaristaking Soldaten zonder geweren (1985). Jan Dop maakte enkele interviews alleen, een aantal in samenwerking met Simon Korper (1907-1988) en later het merendeel samen met Gerard Maas (Zaandam, 1913 – Amsterdam, 1988) communist, verzetsstrijder en politicus.

 

Maas schreef over de februaristaking o.a. Kroniek van de Februari-staking 1941, Amsterdam, 1961 en 1941 bloeiden de rozen in februari, een korte historische schets, Amsterdam [1985].

Vrouwenhulpverlening

Bron: NG-1981-7-17, Foto-opdrachten Nederlandse geschiedenis, Rijksmuseum Amsterdam
Fotograaf: Catrien Ariëns, 1979-09

 
Tijdsaanduiding: 1950 - 1990
Aantal interviews: 8
 

Oral history interviews met feministen die een pioniersrol hebben gespeeld in de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg voor vrouwen.

 

Voor korte beschrijvingen van de geïnterviewden zie de website van Artria

Diamant

 
Tijdsaanduiding: 1895-2000

Aantal interviews: 18

Transcripties: ja (Nederlands, Frans)

Geluidsbestand: mp3

Toegankelijkheid: verplichte registratie en op aanvraag 

Het internationale culturele erfgoedproject Een wereld van diamant: Diamond Workers in The Netherlands, Belgium and France, 1895-2000 zal het verspreide erfgoed van de internationale diamantbewerkers in de twintigste eeuw en daarna verzamelen, beschrijven en verspreiden. Er zal een consortium worden opgericht met partners uit Nederland, België en Frankrijk. Het project zal proefstrategieën bestuderen en testen om de gedigitaliseerde documenten, beelden en getuigenissen van de wereld van de diamantbewerkers digitaal samen te brengen, te verbeteren en te verspreiden.

 

 

Publicatie naar aanleiding van het project “A world of diamond: diamond workers in Belgium, the Netherlands and France, 1895-2000”

48 p.
ISBN: 9789464330045

 

Enkele mannen en jongens uit de diamantbewerking poserend met hun werkstukken. Diamantslijpers (staande) en diamantverstelders (zittend). 1890-1892.
 

Getuigen van Theresienstadt

Realisatie project: Radboud University Nijmegen, Faculty of Religious Studies
 
Tijdsaanduiding: 1943-1945
Aantal interviews: 25
Toegankelijkheid: Beperkt toegankelijk
Transcripties: Onbekend
 

Met een twaalftal gefilmde interviews draagt dit project bij aan de kennis en beeldvorming omtrent de uit Nederland gedeporteerde Joden en hun herinneringen aan het Duitse concentratiekamp Theresienstadt in het huidige Tsjechië. Theresienstadt was vooral een doorgangskamp voor Joden, die meestal naar de vernietigingskampen werden gestuurd. De geïnterviewden zijn joden die in 1943 en 1944 vanuit Nederland naar het kamp zijn gedeporteerd en voor korte of langere tijd (of zelfs twee keer) in dit kamp verbleven in de laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog. In de interviews staan de volgende vragen centraal: Hoe hebben de ooggetuigen Theresienstadt beleefd en welke elementen speelden bij hun overlevingsstrategieën een doorslaggevende rol? Hoe hielden de gevangenen zich staande en waaraan ontleenden zij hun weerbaarheid?

 

De rond de 5000 uit Nederland afkomstige Joden in Theresienstadt vormden een bijzonder heterogene groep. Zo was ongeveer de helft van hen Duitstalig en had als Oostenrijkse of Duitse emigrant of vluchteling een heel andere voorgeschiedenis dan de in Nederland geboren Joden. Voorts waren er verscheidene groepen geprivilegieerde Joden (zoals de ‘Barneveldgroep’ en de ‘Mussertjoden’), terwijl andere categorieën (bijvoorbeeld de Joden van de ‘Puttkammer-lijst’) een veel minder beschermde status hadden.

 

Over de uit Nederland afkomstige groep wordt dikwijls beweerd dat zij in Theresienstadt opvielen door werkonwilligheid en onaangepastheid, en dat zij passief verzet zouden hebben gepleegd. Deze vooral aan Nederlandse gevangenen  toegeschreven eigenschappen komen in de interviews met de overlevenden indirect aan bod, maar worden door de respondenten niet zonder meer bevestigd.

Porgel & Porulan in het verzet

Getuigenverhalen / Stichting Lumen Film
 
Tijdsaanduiding: 1935 - 1946
Aantal interviews: 5 (19 delen)
Toegankelijkheid: Online
Transcripties: Onbekend
Periode interviews: 2008 - 2009
Opmerkingen:

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-zft-huzt

 

Interviews te zien via:

 

Hoewel maar weinig bekend, waren er tijdens de Tweede Wereldoorlog ook joden actief in het verzet. Zij zaten onder meer in communistische en sociaaldemocratische verzetsgroepen, bij de Ordedienst en hadden een rol in de Februaristaking van 1941.

De ‘PP-groep’, vernoemd naar de fantasiebeesten Porgel en Porulan uit het clandestien verschenen nonsensrijm van Cees Buddingh, stond onder leiding van Bob van Amerongen en Jan Hemelrijk. Beiden hadden een joodse vader. De verzetsgroep was gespecialiseerd in hulp aan joodse onderduikers en redde waarschijnlijk enkele tientallen joden (vooral familie en vrienden) het leven. Bob van Amerongen hield zich bezig met het onderbrengen van mensen en Jan Hemelrijk specialiseerde zich in het vervalsen van persoonsbewijzen. 

De groep kreeg steeds meer werk naarmate de oorlog vorderde. Er kwamen daardoor steeds meer leden bij, afkomstig uit de eigen kringen. De meeste leden hadden een joodse achtergrond, zoals binnenhuisarchitect Ab Stuiver en acteur Rob de Vries, maar er waren ook niet-joodse leden, zoals Tini Israël en haar vriend Karel van het Reve. Aan het eind van de oorlog was de PP-groep uitgegroeid tot een hechte organisatie met 19 kernleden, grotendeels oud-leerlingen van het Murmellius Gymnasium te Alkmaar, waar Jan en Bob op school hadden gezeten, en het Vossius Gymnasium te Amsterdam.

 

De PP-groep was één van de 38 Amsterdamse verzetsgroepen die zich in 1944 verenigden in de federatie Vrije Groepen Amsterdam (VGA). Het was pas bij deze gelegenheid dat Jan Hemelrijk de groep de naam PP-groep gaf; alle groepen moesten een schuilnaam kiezen. De 38 groepen, waarvan zo’n 20 % van de leden een joodse of half-joodse achtergrond had, speelden al voordat de LO (de landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) in de zomer van 1943 in Amsterdam actief werd, een actieve rol bij de hulp aan Amsterdamse Joden.

De vijf geïnterviewden – Dineke Broers-Hemelrijk (zus van Jan Hemelrijk), Mark van Rossum du Chatel (lid PP-groep) en Bob van Amerongen en zijn onderduikers Jaap Lobatto en Miep Gompes-Lobatto – vertellen over hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Rozenberg Quarterly

 

Hoofdkantoor Porgel en Perulan, © Lumen film

 

VPRO 2Doc: Fatsoenlijk land

De interviews (opgenomen 2008-2009) zijn verwerkt in de documentaire en het boek ‘Fatsoenlijk land’ (2013) van Loes Gompes.

Headquarters Porgel and Perulan, © Lumen film
 

Herinneringen aan mijn Amsterdamse zusje of broertje

Hanna van de Voort was de centrale ‘onderduikmoeder’ in Limburg.

 
Tijdsaanduiding: 1943-1945

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

LGOG Maastricht ©; (2009)

 

Tijdsbestek: 1943-1945
Locatie: Nederland
Aantal interviews: 8

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xq5-67fm

 

De interviews zijn te zien via:

 

Gedurende de oorlogsjaren 1943-1944 werden ongeveer 123 Joodse kinderen Amsterdam uitgesmokkeld en ondergebracht bij gezinnen in Noord-Limburg. Over de wijze waarop deze kinderen hun onderduiktijd hebben beleefd, is al veel bekend. Ook is er onderzoek verricht naar de reacties van de kinderen uit de Limburgse gastgezinnen op het verblijf in hun midden van de jonge onderduikers. Ter ondersteuning en aanvulling van dit onderzoek zijn in dit interviewproject gesprekken  gevoerd met personen die destijds als kind een Amsterdams ‘broertje of zusje’ hebben gekregen. Op indringende wijze laten de vraaggesprekken hoe zij de komst van de vreemde kinderen in het gezin hebben ervaren. Inzichtelijk wordt hoe het voor hen is geweest om hun ouders plotseling te moeten delen met jonge Joodse onderduikers, die in hun gezin als huisgenoot werden opgenomen.    

 

De Joodse kinderen – meestal afkomstig uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg – werden door een Amsterdamse studentenverzetsgroep onder leiding van Piet Meerburg de hoofdstad uitgesmokkeld. In Noord-Limburg was de onderduikorganisatie voor de kinderen in handen van  Hanna van de Voort, een vroedvrouw uit Tienray. Zij kreeg bij haar verzetswerk hulp van de jonge Nijmeegse student Nico Dohmen, die in Tienray was ondergedoken omdat hij de loyaliteitsverklaring niet had ondertekend.

Geallieerde bombardementen in Amsterdam-Noord op de Fokkerfabriek in juli 1943

Stichting Historisch Centrum Amsterdam Noord (HCAN)
 
Tijdsaanduiding: 1943
Aantal interviews: 7
Toegankelijkheid: openbaar
Transcripties: samenvattingen
Periode interviews: 2010
Opmerkingen:

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

GETUIGENVERHALEN.NL

 

 

In juli 1943 hebben de Geallieerden geprobeerd bommen af te werpen op de Fokkervliegtuigenfabriek in Amsterdam-Noord, omdat zij was ingeschakeld bij de Duitse oorlogsindustrie. De geallieerde aanval op de fabriek miste het doel goeddeels en bommen kwamen terecht op woonwijken, een klooster en een kerk. Er vielen ruim 200 doden, vooral burgerslachtoffers. Omdat het geallieerde bommen waren, is deze tragische gebeurtenis altijd een gevoelig onderwerp geweest.
In dit oral history-project komen zeven getuigen van het bombardement aan het woord. Speciale aandacht gaat uit naar de organisatie van de hulpverlening, die grotendeels vanuit Amsterdam-Centrum op gang moest komen. Een aantal geïnterviewden gaat in op de viering van het 25-jarig bestaan van de Ritakerk-parochie, die tijdens de viering een voltreffer kreeg.
Drie keer was Amsterdam-Noord in juli 1943 doelwit van geallieerde aanvallen, die gericht waren op de gecamoufleerde Fokkerfabriek die oogde als een vriendelijke woonwijk. Op zaterdag 17 juli kwamen 41 Vliegende Forten van het onervaren Amerikaanse achtste luchtleger in actie. Geen enkele bom raakte Fokker en 152 burgers vonden de dood. Van de honderden gewonden overleden velen later aan hun verwondingen. Op zondag 25 juli raakten 10 Engelse Mitchell bommenwerpers de vliegtuigfabriek Fokker wèl en legde het complex grotendeels in de as. Op woensdag 28 juli waren het de Vrije Fransen die een aanval uitvoerden. Deze aanval kostte nog eens 17 burgers in Noord het leven en de ravage was enorm.