menu

Diamant

Aantal interviews: 18

Transcripties: ja (Nederlands, Frans)

Geluidsbestand: mp3

Toegankelijkheid: verplichte registratie en op aanvraag 

Het internationale culturele erfgoedproject Een wereld van diamant: Diamond Workers in The Netherlands, Belgium and France, 1895-2000 zal het verspreide erfgoed van de internationale diamantbewerkers in de twintigste eeuw en daarna verzamelen, beschrijven en verspreiden. Er zal een consortium worden opgericht met partners uit Nederland, België en Frankrijk. Het project zal proefstrategieën bestuderen en testen om de gedigitaliseerde documenten, beelden en getuigenissen van de wereld van de diamantbewerkers digitaal samen te brengen, te verbeteren en te verspreiden.

 

 

Publicatie naar aanleiding van het project “A world of diamond: diamond workers in Belgium, the Netherlands and France, 1895-2000”

48 p.
ISBN: 9789464330045

 

Enkele mannen en jongens uit de diamantbewerking poserend met hun werkstukken. Diamantslijpers (staande) en diamantverstelders (zittend). 1890-1892.
 

Getuigen van Theresienstadt

 

Realisatie project:

Radboud University Nijmegen, Faculty of Religious Studies

 

Tijdsbestek: 1943-1945, naoorlogse periode
Locatie: Amsterdam, Theresienstadt, Westerbork

Aantal interviews: 25

 

Beperkt toegankelijk

 

 

 

Met een twaalftal gefilmde interviews draagt dit project bij   aan de kennis en beeldvorming omtrent de uit Nederland gedeporteerde Joden en hun herinneringen aan het Duitse concentratiekamp Theresienstadt in het huidige Tsjechië. Theresienstadt was vooral een doorgangskamp voor Joden, die meestal naar de vernietigingskampen werden gestuurd. De geïnterviewden zijn joden die in 1943 en 1944 vanuit Nederland naar het kamp zijn gedeporteerd en voor korte of langere tijd (of zelfs twee keer) in dit kamp verbleven in de laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog. In de interviews staan de volgende vragen centraal: Hoe hebben de ooggetuigen Theresienstadt beleefd en welke elementen speelden bij hun overlevingsstrategieën een doorslaggevende rol? Hoe hielden de gevangenen zich staande en waaraan ontleenden zij hun weerbaarheid?

 

De rond de 5000 uit Nederland afkomstige Joden in Theresienstadt vormden een bijzonder heterogene groep. Zo was ongeveer de helft van hen Duitstalig en had als Oostenrijkse of Duitse emigrant of vluchteling een heel andere voorgeschiedenis dan de in Nederland geboren Joden. Voorts waren er verscheidene groepen geprivilegieerde Joden (zoals de ‘Barneveldgroep’ en de ‘Mussertjoden’), terwijl andere categorieën (bijvoorbeeld de Joden van de ‘Puttkammer-lijst’) een veel minder beschermde status hadden.

 

Over de uit Nederland afkomstige groep wordt dikwijls beweerd dat zij in Theresienstadt opvielen door werkonwilligheid en onaangepastheid, en dat zij passief verzet zouden hebben gepleegd. Deze vooral aan Nederlandse gevangenen  toegeschreven eigenschappen komen in de interviews met de overlevenden indirect aan bod, maar worden door de respondenten niet zonder meer bevestigd.

Porgel & Porulan in het verzet

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Stichting Lumen Film

 

Tijdsbestek: 1935-1946
Locatie: Nederland, Amsterdam, Alkmaar
Aantal interviews: 5 (19 delen)

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-zft-huzt

 

Interviews te zien via:

 

Hoewel maar weinig bekend, waren er tijdens de Tweede Wereldoorlog ook joden actief in het verzet. Zij zaten onder meer in communistische en sociaaldemocratische verzetsgroepen, bij de Ordedienst en hadden een rol in de Februaristaking van 1941.

De ‘PP-groep’, vernoemd naar de fantasiebeesten Porgel en Porulan uit het clandestien verschenen nonsensrijm van Cees Buddingh, stond onder leiding van Bob van Amerongen en Jan Hemelrijk. Beiden hadden een joodse vader. De verzetsgroep was gespecialiseerd in hulp aan joodse onderduikers en redde waarschijnlijk enkele tientallen joden (vooral familie en vrienden) het leven. Bob van Amerongen hield zich bezig met het onderbrengen van mensen en Jan Hemelrijk specialiseerde zich in het vervalsen van persoonsbewijzen. 

De groep kreeg steeds meer werk naarmate de oorlog vorderde. Er kwamen daardoor steeds meer leden bij, afkomstig uit de eigen kringen. De meeste leden hadden een joodse achtergrond, zoals binnenhuisarchitect Ab Stuiver en acteur Rob de Vries, maar er waren ook niet-joodse leden, zoals Tini Israël en haar vriend Karel van het Reve. Aan het eind van de oorlog was de PP-groep uitgegroeid tot een hechte organisatie met 19 kernleden, grotendeels oud-leerlingen van het Murmellius Gymnasium te Alkmaar, waar Jan en Bob op school hadden gezeten, en het Vossius Gymnasium te Amsterdam.

 

De PP-groep was één van de 38 Amsterdamse verzetsgroepen die zich in 1944 verenigden in de federatie Vrije Groepen Amsterdam (VGA). Het was pas bij deze gelegenheid dat Jan Hemelrijk de groep de naam PP-groep gaf; alle groepen moesten een schuilnaam kiezen. De 38 groepen, waarvan zo’n 20 % van de leden een joodse of half-joodse achtergrond had, speelden al voordat de LO (de landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) in de zomer van 1943 in Amsterdam actief werd, een actieve rol bij de hulp aan Amsterdamse Joden.

De vijf geïnterviewden – Dineke Broers-Hemelrijk (zus van Jan Hemelrijk), Mark van Rossum du Chatel (lid PP-groep) en Bob van Amerongen en zijn onderduikers Jaap Lobatto en Miep Gompes-Lobatto – vertellen over hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Rozenberg Quarterly

 

Hoofdkantoor Porgel en Perulan, © Lumen film

 

VPRO 2Doc: Fatsoenlijk land

De interviews (opgenomen 2008-2009) zijn verwerkt in de documentaire en het boek ‘Fatsoenlijk land’ (2013) van Loes Gompes.

Headquarters Porgel and Perulan, © Lumen film
 

Herinneringen aan mijn Amsterdamse zusje of broertje

Hanna van de Voort was de centrale ‘onderduikmoeder’ in Limburg.

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

LGOG Maastricht ©; (2009)

 

Tijdsbestek: 1943-1945
Locatie: Nederland
Aantal interviews: 8

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xq5-67fm

 

De interviews zijn te zien via:

 

Gedurende de oorlogsjaren 1943-1944 werden ongeveer 123 Joodse kinderen Amsterdam uitgesmokkeld en ondergebracht bij gezinnen in Noord-Limburg. Over de wijze waarop deze kinderen hun onderduiktijd hebben beleefd, is al veel bekend. Ook is er onderzoek verricht naar de reacties van de kinderen uit de Limburgse gastgezinnen op het verblijf in hun midden van de jonge onderduikers. Ter ondersteuning en aanvulling van dit onderzoek zijn in dit interviewproject gesprekken  gevoerd met personen die destijds als kind een Amsterdams ‘broertje of zusje’ hebben gekregen. Op indringende wijze laten de vraaggesprekken hoe zij de komst van de vreemde kinderen in het gezin hebben ervaren. Inzichtelijk wordt hoe het voor hen is geweest om hun ouders plotseling te moeten delen met jonge Joodse onderduikers, die in hun gezin als huisgenoot werden opgenomen.    

 

De Joodse kinderen – meestal afkomstig uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg – werden door een Amsterdamse studentenverzetsgroep onder leiding van Piet Meerburg de hoofdstad uitgesmokkeld. In Noord-Limburg was de onderduikorganisatie voor de kinderen in handen van  Hanna van de Voort, een vroedvrouw uit Tienray. Zij kreeg bij haar verzetswerk hulp van de jonge Nijmeegse student Nico Dohmen, die in Tienray was ondergedoken omdat hij de loyaliteitsverklaring niet had ondertekend.

Geallieerde bombardementen in Amsterdam-Noord op de Fokkerfabriek in juli 1943

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

 

Stichting Historisch Centrum Amsterdam Noord (HCAN)

 

Tijdsbestek: juli 1943
Locatie: Amsterdam
Aantal interviews: 7

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-z9s-nxc9

 

In juli 1943 hebben de Geallieerden geprobeerd bommen af te werpen op de Fokkervliegtuigenfabriek in Amsterdam-Noord, omdat zij was ingeschakeld bij de Duitse oorlogsindustrie. De geallieerde aanval op de fabriek miste het doel goeddeels en bommen kwamen terecht op woonwijken, een klooster en een kerk. Er vielen ruim 200 doden, vooral burgerslachtoffers. Omdat het geallieerde bommen waren, is deze tragische gebeurtenis altijd een gevoelig onderwerp geweest.
In dit oral history-project komen zeven getuigen van het bombardement aan het woord. Speciale aandacht gaat uit naar de organisatie van de hulpverlening, die grotendeels vanuit Amsterdam-Centrum op gang moest komen. Een aantal geïnterviewden gaat in op de viering van het 25-jarig bestaan van de Ritakerk-parochie, die tijdens de viering een voltreffer kreeg.
Drie keer was Amsterdam-Noord in juli 1943 doelwit van geallieerde aanvallen, die gericht waren op de gecamoufleerde Fokkerfabriek die oogde als een vriendelijke woonwijk. Op zaterdag 17 juli kwamen 41 Vliegende Forten van het onervaren Amerikaanse achtste luchtleger in actie. Geen enkele bom raakte Fokker en 152 burgers vonden de dood. Van de honderden gewonden overleden velen later aan hun verwondingen. Op zondag 25 juli raakten 10 Engelse Mitchell bommenwerpers de vliegtuigfabriek Fokker wèl en legde het complex grotendeels in de as. Op woensdag 28 juli waren het de Vrije Fransen die een aanval uitvoerden. Deze aanval kostte nog eens 17 burgers in Noord het leven en de ravage was enorm.

De Joodse markt in de Gaaspstraat in Amsterdam (1941-1943)

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Stichting Kindermonument

 

Tijdsbestek: november 1941-november 1943
Locatie: Gaaspstraat, Rivierenbuurt, Amsterdam
Aantal interviews: 11

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xe6-njs4

 

Toen de Joodse kooplieden op 3 november 1941 in het kader van de arisering van de Joodse kleinhandel van de markten moesten verdwijnen, waren de speciale Joodse markten nog niet gereed. De Joodse markten, die bestemd waren voor Joodse marktkooplieden en hun Joodse klanten, hebben twee jaar bestaan, van eind 1941 tot eind 1943. Voor deze markten kozen de Duitse en gemeentelijke autoriteiten ruime, omheinde plekken uit (‘gänzlich umzäunte Gelände’) en daarom viel de keuze dikwijls op sportterreinen en kinderspeelterreinen.

 

In het kader van dit oral history-project blikken toenmalige buurtbewoners terug op de tijd van de Joodse markten. Welke gevolgen had de Duitse maatregel op een buurt in Amsterdam (de Rivierenbuurt) waar Joden en niet-Joden samenleefden? In de vraaggesprekken wordt ook ingegaan op de vraag in hoeverre deze gebeurtenissen hebben doorgewerkt in het latere leven van de geïnterviewden.

Getuigen van de geschiedenis van Anne Frank

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Anne Frank Stichting ©

 

aantal interviews: 18

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-zpd-u97g

In het dagboek van Anne Frank en in brieven die zij voor haar onderduik aan familie en vrienden schreef, komen personen en gebeurtenissen voor over wie nauwelijks geschreven bronnen bestaan en over wie dan ook weinig bekend is. Ook onze kennis van de andere onderduikers en helpers vertoont nog menig hiaat. Dankzij de getuigenissen van 18 personen, die deze tot dusver onbekend gebleven gestalten in de omgeving van Anne Frank goed gekend hebben, wordt ons inzicht in haar sociale omgeving vergroot.

 

Een aantal getuigen dat in dit oral history-project aan het woord komt, was evenals de familie Frank afkomstig uit Duitsland. Hun kinderen gingen ook naar de Montessorischool, het Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes of het Joods Lyceum, en zaten bij Anne en Margot in de klas. Een van de ‘getuigen’, een buurmeisje van de familie Frank die toen woonde aan het Merwedeplein, vertelt haar verhaal over Anne. Een andere geïnterviewde is een vrouw die in dezelfde treinwagon van Westerbork naar Auschwitz werd getransporteerd als de familie Frank. In het kamp verbleef zij met Anne, Edith, Margot en Augusta van Pels in dezelfde barak.

Annes vriendin, Hannah Pick-Goslar, bij een klassenfoto van de Montessorischool (2015) Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Cris Toala Olivares
 

Ongekend bijzonder

een alt tekst bij een foto

Emyu in het Centraal Museum voor de tentoonstelling “Ik neem je mee, van rugzak naar museum”

 

Foto-expositie:
DE WEDEROPBOUW VAN MIJN LEVEN

Opera:
stadsopera onderweg

Tentoonstelling:
Ik neem je mee

 

En vele andere culturele co-creaties op basis van de oral history interviews

ongekendbijzonder.nl

 

De collectie is ondergebracht bij DANS:

Stichting BMP – Bevordering Maatschappelijke Participatie (2016): Thematische collectie: Ongekend Bijzonder – Oral History project. DANS.

https://doi.org/10.17026/dans-zbd-b88x

Op de website van Ongekend Bijzonder vind je levensverhalen van vluchtelingen die de afgelopen 40 jaar naar Nederland zijn gekomen. Het oral history project Ongekend Bijzonder legde 248 levensverhalen vast als onderdeel van de hedendaagse geschiedenis.

ongekendbijzonder.nl