Collectie Zijlmans

digitalcollections.universiteitleiden.nl/view/item/1887337

 

TIjdsbestek: 1945-1950

Locatie: Indonesië, Java

Aantal interviews: 380

(op 130 audiocassettes)

 

De tekst- en geluidsdocumenten kunnen slechts na toestemming van het hoofd Collecties worden geraadpleegd. De bestaande privacywetgeving dient in acht te worden genomen. De banden zijn overgedragen aan de AV-collectie.

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (kitlv) bezit de enige interviewcollectie over de naoorlogse geschiedenis van het corps.
Het waren jaren van wederopbouw en uiteindelijk opheffing van het corps.

 

De interviews zijn afgenomen door G.C. Zijlmans voor zijn proefschrift Eindstrijd en ondergang van de Indische bestuursdienst: het corps Binnenlands Bestuur op Java 1945-1950 uit 1985. De interviews geven een beeld van de uitzonderlijk moeilijke omstandigheden waarin het corps in de jaren 1945-1950 moest werken.

 

De ambtenaren werden geconfronteerd met een politisering van het Indisch bestuur en militarisering aan de Nederlandse kant. Daarnaast was er de spanning van een mogelijke politieke en militaire confrontatie met de republiek Indonesië. De collectie Zijlmans geeft een indruk van het aanpassingsvermogen en het functioneren van het Nederlandse gezag in deze omstandigheden.

 

De 380 interviews zijn opgenomen op 130 audiocassettes. Vanwege de kwetsbaarheid van de cassettes, waarvan een deel al zwaar beschadigd was, is de collectie nu gedigitaliseerd.

 

Javanen in diaspora

Aankomst Javanen in Paramaribo, 1923

Realisatie:

KITLV en STICHJI

 

Tijdsbestek: vanaf 1890

Aantal interviews: 57

 

Website: javanen-in-diaspora

 

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-z8m-97rn

Tot aan 1939 werden circa 33.000 Javanen naar Suriname overgebracht. Na hun contractperiode vestigde de meerderheid zich in Suriname. Slechts een minderheid keerde terug naar Indonesië. De meest beschreven terugkeer is de georganiseerde repatriëring in 1954 van circa 1000 personen naar Indonesië. Deze bestond uit Javaanse ex-contractarbeiders en hun in Suriname geboren (klein)kinderen. Tegen beter weten in kwamen zij niet terecht op Java, maar in Tongar, een plaatsje in West-Sumatra. Daar bleven de meesten niet lang. Hun zoektocht naar een beter leven bracht hen naar andere plaatsen in Indonesië: Pekanbaru, Padang, Medan, Jambi, Jakarta, maar ook opnieuw naar Suriname.

 

Veel minder bekend is de groepsmigratie in 1953 van enkele tientallen Javanen naar het buurland Frans Guyana. Vermoedelijk zijn tot aan het eind van de jaren 60 nog meer personen in groepsverband naar Frans Guyana vertrokken. Tijdens de Surinaamse binnenlandse oorlog weken ook Javanen, vooral vanuit Moengo en Albina, naar Frans Guyana uit. Volgens de Franse bevolkingsgegevens van 2005 wonen momenteel zo’n 1900 Javanen in Frans Guyana.

 

De meest recente omvangrijke landverhuizing van Javaanse Surinamers vond plaats vóór de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, dit keer uit Suriname naar Nederland. In de ban van politieke leiders die van mening waren dat de onafhankelijkheid niet goed zou uitpakken voor de positie van de Javanen, vertrokken circa 22.000 Javanen naar Nederland. Onder hen bevonden zich ook degenen die het eerder hadden geprobeerd in Indonesië en in Frans Guyana.

 

Deze meervoudige migratie van de Surinaamse Javanen, is het onderwerp van het levensverhalen project Javaanse Migratie en Erfgoedvorming in Suriname, Indonesië en Nederland. Om van de meervoudige migratiebewegingen en de persoonlijke ervaringen van de Javaanse migranten een helder beeld te krijgen, is een oral history-project opgezet rondom migratie en erfgoedvorming onder de Javanen in Suriname, Indonesië en Nederland.

 

Aan dit project werkten het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en de Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI) samen.

De interviews zijn te beluisteren op de website van Javanen in Diaspora, de metadata en de samenvattingen van de interviews zijn opgeslagen in EASY.

Vier verzetsvrouwen. Gewoon Doen en Fier Rechtopstaan

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Cultuur & Co.

 

Tijdsbestek: 1940-1945
Locatie: Nederland, Indonesië, Duitsland
Aantal interviews: 5

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS:  https://doi.org/10.17026/dans-2ay-725m

 

Interviews te zien via:

 

Geert van de Molen, Tine Boeke-Kramer, Riete Sterenberg-Gompertz en Rachel van Amerongen. Vier vrouwen, vier verzetsstrijdsters. Waarom kwamen zij in opstand tegen de Duitse bezetter en welke gevolgen had dit voor hun leven? Die vragen staan centraal in het oral history project ‘Vier verzetsvrouwen’ (2009), waarin het stereotiepe beeld wordt genuanceerd van vrouwen in het verzet.

 

Vrouwen zouden, veelal als koerierster, vooral een ondersteunende rol hebben gespeeld. Dit beeld klopt niet voor de vier vrouwen in dit project. De keus voor verzet bleek bij de communistische Geert van der Molen, opgegroeid in een gereformeerde schippersgezin, sterk politiek gemotiveerd, terwijl de verpleegster Tine Boeke-Kramer door de kennismaking met Joodse vluchtelingen in het verzet was gerold. Zij bracht vele Joodse kinderen naar onderduikadressen. Riete Sterenberg-Gompertz vervalste persoonsbewijzen evenals Rachel van Amerongen die in het verzet rolde door haar huwelijk met een niet-Joodse Surinaamse verzetsman. Hun activiteiten varieerden van vervalsen van persoonsbewijzen, het maken van illegale kranten en het geven van hulp aan onderduikers. Alle geïnterviewde vrouwen hebben in Duitse concentratiekampen kampen gezeten.

Het 5e interview is gehouden met een broer van geinterviewde 4.

 

Hoe verschillend de vier vrouwen ook waren, in hun leven en ook tijdens de oorlog was kunst en cultuur van grote betekenis. Muziek gaf kracht om door te gaan of was een uitlaatklep voor angsten. Anderen zetten een artistiek talent in bij hun verzetsactiviteiten.

Verkrachting en Troost

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Stichting Het Kader; Van Osch Filmprodukties ©

 

Tijdsbestek: 1942-1945
Locatie: Indonesië
Aantal interviews: 10

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xx2-f92k

 

Ze worden eufemistisch ‘troostmeisjes’ genoemd: jonge Indonesische meisjes die in de Tweede Wereldoorlog stelselmatig werden verkracht door soldaten van het Japanse bezettingsleger. In soldatenbordelen verrichtten ze seksuele ‘dwangarbeid’. Wat zijn de herinneringen van deze Indonesische vrouwen en wat voor invloed heeft hun veelal verborgen en verdrongen pijn gehad op hun verdere leven? In dit interview-project komen tien Indonesische vrouwen aan het woord die als seksslavinnen moesten werken. Schoorvoetend vertellen zij over hun oorlogservaringen.

 

De Japanse bezetter beschouwde gecontroleerde seks in militaire bordelen als een pragmatische maatregel om geslachtsziekten en grootschalige verkrachtingen te voorkomen. De geïnterviewde vrouwen vertellen een ander verhaal. Ze zijn onder dwang of met valse beloften van straat gehaald, thuis opgepakt, door dorpshoofden opgeroepen en systematisch verkracht in militaire bordelen, kazernes, fabrieksloodsen, treinstellen en tentenkampen.

Van de nu hoogbejaarde vrouwen zijn tevens portretfoto’s gemaakt. Ook zijn hun verhalen verwerkt in een boek.

 

Filmmaker Frank van Osch reisde, samen met fotograaf Jan Banning (World Press Photo Award 2004) en journaliste Hilde Janssen door Indonesië, waar zij tientallen troostmeisjes interviewden. 

 

Educatieve versie:

Huzaren van Boreel

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

B. v. Waveren, Sitefilms ©

 

Tijdsbestek: 1948-1949
Locatie: Indonesië
Aantal interviews: 7

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-zf3-7xry

 

Interviews te zien via:

 

Over de dekolonisatie van Nederlands-Indië en de strijd om de Indonesische onafhankelijkheid is veel gepubliceerd. Een onderbelicht aspect van deze geschiedenis vormen echter de  ervaringen van Nederlandse dienstplichtige soldaten in de Republiek Indonesië direct na de soevereiniteitsoverdracht. Om meer zicht op hun leven in de tropen te krijgen en meer over hun belevingswereld te weten te komen, zijn interviews gehouden met oud-dienstplichtigen van het 43ste zelfstandig verkenningseskadron. De geïnterviewden waren destijds rond de 20 jaar oud, bekleedden diverse functies in hun diensttijd en waren afkomstig uit verschillende sociale milieus.

 

In de vraaggesprekken vertellen de oud-dienstplichtigen wat zij hebben meegemaakt in de periode na de soevereiniteitsoverdracht. De nadruk in de interviews ligt op de wijze waarop zij tegen hun verplichte diensttijd aankeken. Ook wordt ingegaan op de verandering van hun missie: van strijden tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging naar het uitvoeren van de overdracht van de wapens na erkenning van de Indonesische onafhankelijkheid. Hoe hebben zij deze overgang ervaren en hoe hebben zij hun nieuwe taak uitgevoerd? Ander vragen die aan de orde komen: Hoe zag het leven van de gemiddelde dienstplichtige er in die periode uit? Wat beleefde de wachtmeester, de infanterist, de chauffeur, de schutter, de ‘hospik’, de kok? 

Nederlandse militairen van de V-brigade trekken de stad binnen. Solo, Midden-Java, 21 DECEMBER 1948. (T.SCHILLING, DLC, NA). Verzetsmuseum

Gerepatrieerde vrouwen van Molukse KNIL militairen

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Oogland Filmproducties

 

Tijdsbestek: 1945-1965
Locatie: Indonesië, Molukken
Aantal interviews: 7

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xt4-fcst

 

De interviews zijn te zien via:

 

In dit oral history-project zijn de getuigenissen vastgelegd van vrouwen van Molukse KNIL-militairen, die tussen 1951 en 1953 naar Nederland kwamen. In de interviews vertellen de vrouwen, wier stemmen nog nauwelijks tot de geschiedschrijving zijn doorgedrongen, onder meer hoe de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de daarop volgende Indonesische onafhankelijkheidsstrijd hun levenskeuzen hebben beïnvloed.

 

Ook kan uit de interviews worden opgemaakt in hoeverre de  vrouwen betrokken waren bij de beslissing van hun echtgenoten om samen met de koloniale overheerser tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging te strijden. De vrouwen gaan bovendien in op de vraag in hoeverre de keuze van hun mannen heeft doorgewerkt in hun persoonlijke relaties, de  relaties tot hun geboorteland en hoe hun houding ten opzichte van de Molukse onafhankelijkheid erdoor bepaald werd.

Interviewcollectie Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië

Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië (SMGI); Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV); (2001): Thematische collectie: Interviewcollectie Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-29j-n5st

 

Aantal interviews: 724

In de digitale catalogus van de Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië (SMGI) zijn samenvattingen van 1190 interviewsessies met 724 mensen opgenomen. Ze vormen de toegang tot een unieke Nederlandse oral history collectie over ‘het einde van de koloniale Nederlandse aanwezigheid in Azië’.

Grofweg over de jaren dertig, veertig, vijftig en zestig. Het oral history project werd uitgevoerd door de Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië, die speciaal voor dat doel werd opgericht. De gehele collectie is binnen de muren van de Universiteitsbibliotheek Leiden (UBL) raadpleegbaar.