Kraakbeweging Groningen

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewers: Inge Brinkman, Karen Faber, Wendy Schutte, Siebrand Vos

Aantal interviews: 12

Drager: 18 cassettebanden

Type interview(s): wetenschappelijk
Productiedatum: 1987

Toegankelijkheid: t.b.v. onderzoek
Transcriptie: 4 interviews volledig, rest samenvattingen

In het kader van het keuzevak Interview II voor studenten geschiedenis aan de Rijks Universiteit Groningen (RUG) hielden de interviewers gesprekken met mensen die tussen 1977 en 1987 actief waren in de Groningse kraakbeweging. Nadruk wordt gelegd op de persoonlijke ervaringen van de  individuele krakers, de houding van de kraakbeweging tegenover (officile) instanties en organisaties en de verhoudingen binnen de kraakbeweging zelf.
Enkele personen gaven er de voorkeur aan niet onder hun eigen of hun volledige naam voor de microfoon te verschijnen.
Het onderzoek resulteerde in een uitgebreid verslag, getiteld: Kraken in Groningen 1977-1987. Hierin zijn tevens de transcripties, respectievelijk samenvattingen opgenomen, alsmede een historisch overzicht van de Groningse kraakbeweging en een korte literatuurlijst.

 

Brochure van het Bewonerskollektief Oude Erkazet, Groningen mei 1982.

Nederlandse filmindustrie tijdens Tweede Wereldoorlog

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewers: Egbert Barten, Jan Pet, Mette Peters, Aad van der Struis

Aantal personen: 13

Aantal interviews: 19

Type interview(s): wetenschappelijk
Productiedatum: 1987-1993

Toegankelijkheid: beperkt
Transcriptie: geen

 

 

“Werden er in de oorlog films gemaakt?”, vraagt men je vaak als je zegt dat je al jarenlang onderzoek doet naar de Nederlandse film in de Tweede Wereldoorlog. Jawel, je kunt het zo gek niet bedenken of het is in Nederland in die tijd gemaakt: speelfilms, documentaires, propagandafilms, animatiefilms, reclamefilms en jeugdfilms.

Egbert Barten interviewde ten behoeve van zijn onderzoek naar De Nederlandse filmindustrie tijdens de Tweede Wereldoorlog de volgende personen:

H.N.J. Beekman, F.P. van den Berg, Joop van Essen, A.C.J. Holla (2x), mw. Hornecker, Frits Kahlenberg, Jan Koelinga (2x), A.W.H. Kommer, R.J. Meijer (3x), E. van Moerkerken, Th.E. van Putten (2x), Gerard Saan, B.P. Wijnberg (2x).

 

In de Filmkrant van Juli/Augustus 2002, nr 235 verschijnt een artikel over dit onderwerp.

Televisiejournalistiek

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewers: Mirjam Prenger
Aantal interviews: 16

Aantal personen: 13
Geluidsdrager: 9 geluidsbanden
Type interview(s): wetenschappelijk
Productiedatum: 1990

Toegankelijkheid: beperkt
Transcriptie: 1 interview samenvatting 

 

De geïnterviewden zijn allen verbonden (geweest) aan de VARA-actualiteitenrubriek ACHTER HET
NIEUWS. De interviews zijn gemaakt in het kader van Prengers promotieonderzoek over de ontwikkeling van journalistieke conventies binnen actualiteitenrubrieken op televisie in de jaren zestig, in het bijzonder VARA’s ACHTER HET NIEUWS en KRO’s BRANDPUNT.
Rond dit thema schreef zij eerder al ‘Van familiemagazine naar actualiteitenrubriek. KRO’s BRANDPUNT
in maart 1963′, in: Jaarboek Mediageschiedenis 2, Amsterdam: Stichting Mediageschiedenis, 1990, p.157-186 en “Rode balletjes” en cinéma vérité. De VARA, de PvdA en de nieuws- en actualiteitenprogramma’s in de jaren vijftig en zestig’, in: Henk Kleijer e.a. (red.), Tekens en Teksten. Cultuur, communicatie en maatschappelijke veranderingen vanaf de late middeleeuwen, Amsterdam: Amsterdam University Press, 1992, p.158-173.

Kunstenaarsverzet

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewers: J.W. Mulder
Aantal interviews: 16

Aantal personen: 15
Drager: 14 geluidsbanden en 1 cassetteband
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: 1973-74, 1976-85

Toegankelijkheid: t.b.v. onderzoek
Transcriptie: gedeelte volledig

 

Kunst in crisis en bezetting. Een onderzoek naar de houding van Nederlandse kunstenaars in de periode 1930-1945 (met een voorwoord van prof.dr. H.L.C. Jaffé), Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum, 1978.

Het overgrote deel van de interviews maakte Hans Mulder (Theaterwetenschappen, Utrecht) t.b.v. zijn dissertatie over het kunstenaarsverzet tijdens de Tweede Wereldoorlog: Kunst in crisis en bezetting. Een onderzoek naar de houding van Nederlandse kunstenaars in de periode 1930-1945 (met een voorwoord van prof.dr. H.L.C. Jaffé), Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum, 1978.

 

Het interview met Marten Toonder verwerkte de auteur in zijn publikatie Een groote laars een plompe voet. Nederland en de Nazi’s in spotprent en karikatuur 1933-1945 (met een voorwoord van Marten Toonder), Amsterdam/Brussel: Thomas Rap, 1985.
In de interviews wordt gesproken over de maatschappelijke en politieke positie van kunstenaars vóór de oorlog, met name sinds 1933; de situatie tijdens de oorlog, met de nadruk op de wijze waarop de geïnterviewden met het verzet te maken hadden; de invloed van de oorlogs- en verzetservaringen op hun eigen denken en beroepsuitoefening en op de kunst in het algemeen na 1945.

 

Verscheidene geïnterviewden waren betrokken bij de tijdens de oorlog gestarte voorbereidingen voor een nieuwe constellatie waarbinnen de kunsten na de oorlog maatschappelijk zouden moeten functioneren, uitmondend in de oprichting van onder meer de Federatie van Beroepsverenigingen van Kunstenaars en de Raad voor de Kunst. Velen waren vóór de oorlog betrokken bij anti-fascistische groepen als het Comité van Waakzaamheid en de Bond van Kunstenaars ter Verdediging van de Kultuur (BKVK), die onder meer in 1936 de tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur (D.O.O.D.) organiseerde.

 

In het interview met Bijmoer ligt in mindere mate de nadruk op de oorlogsperiode. Bijmoer deed vóór de oorlog onder meer rondleidingen in het Stedelijk Museum en was in de oorlog tekenaar en ontwerper. Direct na de oorlog tekende hij onder meer voor Het Parool en fungeerde als decor- en kostuumontwerper voor vele theaterstukken, revues en televisieseries. De laatste tien jaar voor zijn pensioen deed hij dat uitsluitend nog voor de televisie (NOS).

 

Transcripties zijn alleen aanwezig van de gesprekken die in 1973-74 werden gehouden, namelijk die met Boers (1905-1978), kunstschilder; Braat (1908-1982), beeldhouwer, dichter en schrijver; Defresne-Ruys, echtgenote van de acteur Defresne (1893-1961), zelf bacteriologe; Groenier (1905-1977), acteur en oud-directeur van de Arnhemse toneelschool; De Leeuwe (1898-1982), actrice; Romein-Verschoor (1895-1978), historica en schrijfster, Poons (1896-1985), acteur; Sandberg (1897-1984), oud-directeur Stedelijk Museum; 1ste interview Sterneberg (1901-1987), acteur; Tiemeijer (geb. 1908), acteur.

Dit is een uitgave uit 1945 van De Groene Amsterdammer met prenten die vooral tijdens het laatste jaar van de Duitse bezetting van Nederland zijn gemaakt door kunstenaar en filmcriticus L.J. Jordaan.
 

Arbeiders Jeugd Centrale (AJC)

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewers: Fred de Kok, Peter Mol
Aantal interviews: 16

Aantal personen: 12
Drager: 8 geluidsbanden en 17 cassettebanden
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: 1981-1984 en 1991

Toegankelijkheid: t.b.v. onderzoek
Transcriptie: geen

De geïnterviewden zijn allen oud AJC-ers. De interviews werden gehouden t.b.v. De Koks onderzoek naar de geschiedenis van de Arbeiders Jeugd Centrale, in samenwerking met de Stichting Onderzoek AJC.
Onder de geïnterviewden bevindt zich een aantal in een ander verband bekend geworden personen: de historicus Frits de Jong Edz. (1919-1989), de fotograaf Aart Klein (geb. 1909), de secretaris van de Stichting Onderzoek AJC Ad van Moock en de politicoloog/demograaf Philip van Praag sr. (geb. 1914). De Neerlandicus Meilof was een van de redacteuren van het boek De AJC… dat waren wij. Herinneringen van oud-leden, Haarlem:
Stichting Onderzoek AJC, 1985. De gesprekken met Klein gaan maar gedeeltelijk over zijn ervaringen in de AJC; er wordt vooral gesproken over zijn leven als fotograaf tussen ongeveer 1930 en 1970.
Het interview met Van der Kramer hield De Kok samen met Peter Mol in januari 1991. Het gesprek gaat behalve  over zijn ervaringen in de AJC vooral over de (8mm-) amateurfilm die hij in 1937 voor de AJC maakte en waarin de 1 mei-viering in Zaandam en de verkiezingscampagne van de SDAP in dat jaar centraal stond.

 

De Meiroep, 1931 – Ontwerp Fré Cohen

 

Vrouwen en vakbond

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewer: Corrie van Eyl, Marian van der Klein
Aantal interviews: 20
Drager: 25 cassettes
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: 1994-96

Toegankelijkheid: t.b.v. onderzoek
Transcriptie: geen

De interviews werden gehouden in het kader van het onderzoek Vrouw en arbeid in de Nederlandse vakbondsgeschiedenis (werktitel), dat Van Eijl voor het IISG uitvoert en dat tot een publikatie moet leiden. Het onderzoek beslaat de periode vanaf de jaren vijftig.
De geïnterviewde vrouwen spreken over (hun ervaringen met) het vrouwenwerk in de FNV (en/of haar voorlopers) vanuit een positie die zij binnen de vakcentrale innemen of hebben ingenomen. Deze kan de Vrouwenbond of het Vrouwensecretariaat van de FNV betreffen of een van de vakbonden. Het interview met Jenny Zwanepol is niet door Corrie van Eijl afgenomen maar door Marian van der Klein.
Van Eijl schreef eerder haar dissertatie over vrouwen en arbeid tot 1940: Het werkzame verschil. Vrouwen in de slag om arbeid, 1898-1940, Hilversum: Verloren, 1994.

 

SDAP 1940-46

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewer: Paul Denekamp
Aantal interviews: 23
Drager: 2 geluidsbanden + 23 cassettebanden
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: 1988-96

Toegankelijkheid: beperkt
Transcriptie: geen

De geïnterviewden zijn oud-SDAP-ers die spreken over de Nederlandse sociaal-democratie ten tijde van de Duitse bezetting en de overgang van de SDAP naar de PvdA in 1946. Enkelen vertellen tevens over hun eigen politieke ontwikkeling, zoals Klinkenberg vanaf zijn lidmaatschap van de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie), via de SDAP naar radicaal links sinds de Indonesië-kwestie in 1947 en de opstelling van de PvdA in deze.
Denekamp hield de interviews t.b.v. zijn voorgenomen dissertatie (UvA) over dit onderwerp. Eerder schreef hij onder meer “Van SDAP naar PvdA. Hoe groot was het verlies?, Amsterdam
(doctoraalscriptie politicologie, UvA), 1982.

 

Ontwerper: Albert Hahn jr., 1919

Wereldfederalisme

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewer: : Peter Davidse
Aantal interviews: 17
Drager: 27 cassettebanden
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: 1992-95

Toegankelijkheid: t.b.v. onderzoek
Transcriptie: geen

Davidse, ontwikkelingseconoom en wereldfederalist, spreekt met Nederlandse, Amerikaanse (Gaff, Garves, Millard, Logue en Nelson) en Engelse (Waterlow) vertegenwoordigers van de Wereld Federalisten Beweging (WFB) over deze beweging in het algemeen en de lokale secties in het bijzonder. Aan de orde komen de persoonlijke achtergronden van de onderscheiden personen, hun kennismaking met het wereldfederalisme en hun activiteiten daarbinnen.

De WFB ontstond kort na de oorlog in 1946 en streeft naar de totstandkoming van een federale wereldregering op basis van een internationale rechtsorde, uitgerust met bevoegdheden ter
handhaving van internationale vrede en veiligheid. Op het niveau van de nationale staten zou een algemen ontwapening moeten plaatsvinden, uitgezonderd een minimale macht om de
binnenlandse orde te handhaven. De wereldfederalisten hebben altijd de Verenigde Naties als instrument voor hun streven gezien.

Jeugdbeleid

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewer: : Rutger Bremer
Aantal interviews: 14
Drager: 6 geluidsbanden
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: 1984-86

Toegankelijkheid: beperkt, t.b.v. onderzoek
Transcriptie: geen

De interviews zijn gehouden t.b.v. R.J.B. Bremers dissertatie Jeugd in opspraak. Jeugdbeleid in sociologisch retrospectief, Enschede (Quick Service Drukkerijen) 1986.

De interviews zijn gehouden t.b.v. Rutger Bremers dissertatie Jeugd in opspraak. Jeugdbeleid in sociologisch retrospectief

De nadruk in de interviews ligt op de jaren 1945-55 en 1965-80. Het begrip massa-jeugd staat centraal. De geïnterviewden zijn of waren bestuurders, wetenschappers of beleidsmakers op het onderhavige terrein.

Van de meesten zijn de biografische gegevens in een aparte lijst in het proefschrift opgenomen.

 

Over de interviewserie schreef Marijke Res het artikel ‘Angst voor asfaltjeugd.
Oral History-collectie geeft beeld van na-oorlogs jeugdbeleid’, in: GBG-Nieuws 20 (voorjaar 1992), pp.23-27.

 

 

 

Henri Polak

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewer: : Salvador Bloemgarten
Aantal interviews: 22
Drager: 14 geluidsbanden

Productiedatum: 1976

Soort interview(s): wetenschappelijk

Toegankelijkheid: beperkt, t.b.v. onderzoek
Transcriptie: geen

De interviews werden gehouden t.b.v. Salvador Bloemgartens promotie-onderzoek naar Henri Polak (1868-1943), politicus en een van de meest
prominente leiders van de Nederlandse arbeidersbeweging. Dit mondde uit in zijn biografische dissertatie (UvA):

Henri Polak. Sociaal democraat 1868-1943, Den Haag: SDU, 1993

 

De interviews werden gehouden t.b.v. Bloemgartens promotie-onderzoek naar Henri Polak (1868-1943), politicus en een van de meest prominente leiders van de Nederlandse arbeidersbeweging. Zowel in de biografie als in de gesprekken ligt de nadruk op Polaks publieke functies. De geïnterviewden spreken vanuit de verschillende relaties die zij met Polak hadden.
Na als diamantbewerker onder invloed te zijn gekomen van het socialisme via de Engelse Fabian Society en de Nederlandse socialist Frank van der Goes, trad Polak in 1890 toe tot de Sociaal-Democratische Bond (SDB) van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. In 1894 richt te hij samen met onder meer Pieter Jelles Troelstra de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) op, waarvoor hij in 1902 het eerste socialistische gemeenteraadslid van Amsterdam zou worden. Eveneens in 1894 stichtte hij de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB), waarvan hij 45 jaar lang de voorzitter was. In 1906 nam hij het initiatief tot de oprichting van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV).
Daarnaast zette hij zich in voor de ‘culturele verheffing van de arbeidersklasse’ en ontplooide vele activiteiten op het terrein van de journalistiek. In 1913 werd hij lid van de Eerste Kamer.
Vanaf de jaren twintig concentreerde hij zich meer en meer op de positie van de Amsterdamse diamantbewerkers, de groep die hem het meest na stond en die in die periode in economisch
slechte omstandigheden geraakte. Na de inval van de Duitsers in 1940 werd hij gevangen genomen en in ’42 onverwacht vrijgelaten. Hij stierf in 1943 aan een longontsteking.

 

Portret van Henri Polak, krijttekening Albert Hahn, 1913