Victoriafabriek

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewer: Anke de Jong
Aantal interviews: 5
Drager: 25 cassettes
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: mei-juli 199

Toegankelijkheid: t.b.v. onderzoek
Transcriptie: geen

 

De interviews werden gehouden t.b.v. De Jongs doctoraalscriptie geschiedenis (RUG). De scriptie heeft de vorm van een geluidsdocumentaire.
De geïnterviewden spreken over de periode dat zij in dienst waren bij de biscuit- en chocoladefabriek Victoria te Dordrecht. Zo werkte bijvoorbeeld De Jong (geb. 1924) begin jaren veertig enkele jaren in het magazijn. Doorneveld (geb. 1915) had in de jaren dertig, na een een korte tijd op de kweekschool, een baan op het kantoor van het bedrijf. Naast het dagelijks leven toen komen vooral de omstandigheden waaronder zij werkten aan de orde. Overigens zegden beiden hun baan op toen ze trouwden.

 

 

Zie ook: Anke de Jong, Kasja Weenink, De Biscuit- en chocoladefabriek Victoria (1896-1966). Het perspectief van een Dordtse ondernemersfamilie. Dordrecht, 2000 – ISBN : 9789080549715

Publiciteit Victoria Koekelberg, 1939
 

Verplicht varen voor Koningin en Vaderland

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

ZIGMA ©; Goert Giltay (cineast); Drs. Tineke de Danschutter (research, interviews)

 

Tijdsbestek: 1930-1950
Locatie: Nederland
Aantal interviews: 9

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xpz-ukx9

 

Interviews te zien via:

 

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bevonden zich talloze Nederlandse koopvaardijschepen in internationale wateren of in havens van de geallieerde bondgenoten. Op grond van de Vaarplicht (juni 1940 – februari 1946) werden koopvaardijbemanningen ter beschikking gesteld aan de geallieerde strijd, waardoor zij van de ene op de andere dag een soort frontsoldaten werden. Tot aan het einde van de Vaarplicht droegen de koopvaardijopvarenden bij aan de geallieerde oorlogsvoering door het verschepen van troepen, wapens, olie en andere grondstoffen onder de meest gevaarlijke omstandigheden.

 

De Nederlandse zeelieden, die als stoker, matroos of officier betrokken waren bij verschillende militaire invasies, stonden bijna voorturend bloot aan de dreiging van Duitse en Japanse torpedo’s en bommenwerpers. Meer dan 400 Nederlandse schepen werden tot zinken gebracht waarbij ca. 3.500 Nederlandse zeelieden omkwamen. Bovendien verkeerden zij jarenlang in onzekerheid over het lot van hun families in bezet Nederland.

Om de bijzondere oorlogservaringen van de koopvaardijveteranen niet verloren te laten gaan, zijn in 2009 met 9 representanten van deze groep vraaggesprekken gevoerd. Talloze onderwerpen passeren de revue: de relaties met NSB-gezinde bemanningsleden, de angst en machteloosheid aan boord, en de gevolgen van de vijandelijke bombardementen. Sommige veteranen betreuren het dat na de oorlog nauwelijks officiële erkenning bestond voor het aandeel van de koopvaardij in de geallieerde overwinning.