SDAP 1940-46

Collectie voormalige Stichting Film en Wetenschap

 

Interviewer: Paul Denekamp
Aantal interviews: 23
Drager: 2 geluidsbanden + 23 cassettebanden
Soort interview(s): wetenschappelijk
Produktiedatum: 1988-96

Toegankelijkheid: beperkt
Transcriptie: geen

De geïnterviewden zijn oud-SDAP-ers die spreken over de Nederlandse sociaal-democratie ten tijde van de Duitse bezetting en de overgang van de SDAP naar de PvdA in 1946. Enkelen vertellen tevens over hun eigen politieke ontwikkeling, zoals Klinkenberg vanaf zijn lidmaatschap van de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie), via de SDAP naar radicaal links sinds de Indonesië-kwestie in 1947 en de opstelling van de PvdA in deze.
Denekamp hield de interviews t.b.v. zijn voorgenomen dissertatie (UvA) over dit onderwerp. Eerder schreef hij onder meer “Van SDAP naar PvdA. Hoe groot was het verlies?, Amsterdam
(doctoraalscriptie politicologie, UvA), 1982.

 

Ontwerper: Albert Hahn jr., 1919

Schiedamse kinderen op stap

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Gemeentearchief Schiedam

 

Tijdsbestek: 1940-1946
Locatie: Schiedam, Nederland
Aantal interviews: 10

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-zf3-7xry

 

Interviews te zien via:

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden kinderen uitgezonden naar pleeggezinnen in andere delen van Nederland om bombardementen en honger te ontvluchten. Over de Schiedamse kinderuitzendingen was nog weinig bekend. In dit oral history-project zijn personen geïnterviewd die in de oorlog als kind vanuit Schiedam zijn uitgezonden naar andere delen van Nederland om daar aan te sterken.

In het begin van de oorlog werden de uitzendingen georganiseerd door de lagere scholen met medewerking van de schoolartsen. In de Hongerwinter zijn vanaf januari 1945 door het plaatselijke Inter Kerkelijk Bureau (IKB) ruim 600 kinderen uitgezonden. Zij werden voor korte of langere tijd ondergebracht bij een gastgezin in de provincie waar zij de oorlog even achter zich konden laten. Vooral in de Hongerwinter werden veel kinderen getroffen door ondervoeding en ziekte. Degenen die voor dit project zijn geselecteerd, zijn als kind niet allemaal via het IKB of het Nationale Comité Kinderuitzending (Schiedam) uitgezonden. In de winter van 1944/45 werden ook veel kinderen op initiatief van de ouders uitgezonden.

 

In dit project is vooral geprobeerd om na te gaan welke rol religie heeft gespeeld bij de kinderuitzending, vooral in die gevallen waarin de godsdienst van het gastgezin niet hetzelfde was als die van het pleegkind. Ondubbelzinnige conclusies aangaande de rol van de godsdienst kunnen op grond van de interviews evenwel niet worden getrokken. Het IKB vond het van belang dat de verhouding der religies van de Schiedamse bevolking dezelfde was als die van de transporten. Uit de vraaggesprekken (2009) komt echter naar voren dat de geïnterviewden de indruk hebben dat godsdienst er tijdens de uitzendingen niet toe deed.

Officieren en onderofficieren van de Schutterij op Aruba en het Vrijwilligers Korps Aruba

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Fundacion Amigonan Di Archivo © (2009)

 

Tijdsbestek: 1940-1946
Locatie: Aruba
Aantal interviews: 7

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xzm-7zv8

 

De interviews zijn te zien via:

 

Al op 14 mei 1940 moest het Nederlandse leger zich overgeven. Nederland werd door nazi-Duitsland bezet en de vrije Nederlandse Antillen verkeerden nu in staat van oorlog. De Antilliaanse defensie was in die tijd slecht geregeld. Er was een handjevol Nederlandse mariniers en manschappen van de Vrijwilliger Korps Aruba (V.K.A.), aan wapens en andere oorlogsmateriaal was groot gebrek. In allerijl werd op Aruba de dienstplicht ingevoerd: de Schutterij. Zij had als primaire taak om Aruba te beschermen tegen vijandelijke aanvallen, maar tevens diende zij als tegenwicht tegen een eventueel bevriend buitenlands leger dat landsverdedigingstaken op Aruba zou overnemen. De schutters waren jongeren die geen militaire training hadden genoten. De leiding lag in hadden van Nederlandse mariniers en officiers van de Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (K.N.I.L.) Pas later kreeg de Schutterij zijn eigen officieren en onderofficieren.

 

Over de oorlogservaringen van de Arubaanse militairen is niet veel bekend. Om meer inzicht te krijgen in het leven van de militairen zijn vraaggesprekken gevoerd met toenmalige officieren en onderofficieren van de Schutterij op Aruba en met oud-militairen van het Vrijwilligers Korps Aruba (VKA). Omdat na de Duitse torpedo-aanvallen in februari 1942 op Aruba geen grote incidenten meer hebben plaatsvonden, wordt het vervolg van het Arubaanse oorlogsverleden door velen tegenwoordig als onbelangrijk afgedaan. Maar vanuit het perspectief van de toenmalige militairen, zo blijkt uit de interviews, werd de dreiging van een nieuwe aanval destijds als zeer reëel ervaren.