Heropvoeding jeugdige politieke delinquenten in kindertehuizen 1944-1951

GETUIGENVERHALEN.NL

 

Realisatie project:

Cogis (2009)

 

Tijdsbestek: 1944-1951
Locatie: Nederland, Oostenrijk
Aantal interviews: 10

 

Thematische collectie: Erfgoed van de Oorlog

DANS: https://doi.org/10.17026/dans-xe2-qx9s

 

Audio te beluisteren via:

 

Na de oorlog zijn zo’n 20.000 kinderen van politieke delinquenten, vooral NSB’ers, in kindertehuizen terecht gekomen. Hun ouders konden niet meer voor hen zorgen, omdat die waren geïnterneerd in het kader van de bijzondere naoorlogs rechtspleging. Onder de kinderen bevonden zich ook Jeugdige Politieke Delinquenten (JPD’ers). In dit interviewproject blikken voormalige JPD’ers terug op hun verblijf in de kindertehuizen.

Een JPD’er kon een jongere zijn die zelf actief was geweest in de jeugdbeweging van de NSB, de Hitlerjugend of die was ingezet in Duitsland of aan het Oostfront. Ook kon het gaan om kinderen vanaf een jaar of 13, van wie de ouders behoorden tot de ‘zwaardere gevallen’ van collaboratie. Hun ouders hadden bijvoorbeeld een actieve rol gespeeld in de NSB of een Duitse organisatie, waren actief geweest in Jeugdstorm of Hitlerjugend, of waren ingezet in Duitsland of aan het Oostfront.

 

Maatschappelijke heropvoeding na de oorlog vond plaats in speciale tehuizen of kampen van Bureau Bijzondere Jeugdzorg. Dit bureau was belast met de zorg voor en de opvang van kinderen van wie de ouders geïnterneerd waren. Ook JPD’ers waren aan hun zorgen toevertrouwd. In de ogen van de verzorgers vormde in het bijzonder deze groep een punt van zorg. Gemeend werd dat de ouderen onder hen politiek geïnfecteerd zouden kunnen zijn en dat zij konden opgroeien tot ‘extremistisch ontevredenen en gedesillusioneerden’. Heropvoeding tot volwaardige Nederlanders werd nodig geacht; alleen door de JPD’er te leren begrijpen wat democratie en vaderlandsliefde inhield, zouden deze kinderen weer volwaardige leden van de gemeenschap kunnen worden.

 

Het verschijnsel van politieke heropvoeding maakte deel uit van de omgang met de ‘foute elementen’ in de naoorlogse samenleving. Het was een uitvloeisel van het destijds dominerende goed-fout denken. De doelstelling van dit interviewproject is om te onderzoeken of in de beleving van de betrokkenen sprake was van heropvoeding tijdens hun verblijf in de kindertehuizen, en zo ja, in welke vorm en met welke gevolgen.