Britta Hosman maakte een documentaireserie over misbruik en dwangarbeid in de kloosters van de Goede Herder, waaronder een klooster in Almelo. Ze sprak met voormalige meisjes, zusters en de huidige leiding van de orde. Tijdens haar onderzoek ontdekte ze een verborgen begraafplaats op het terrein van de Goede Herder in Almelo, vergelijkbaar met eerdere vondsten in Ierland en Canada.
Oud-pupillen Lies Vissers, Joke de Smit en R. Riet, die als kinderen opgesloten zaten en moesten werken, eisen nu excuses en compensatie. Hosman onderzoekt samen met hen hun verleden. Van 1860 tot 1978 werden in vijf Nederlandse tehuizen 20.000 meisjes opgevangen. Demografisch onderzoek toont aan dat er in deze tehuizen 2 tot 4 keer meer meisjes stierven dan normaal.
De serie belicht beide kanten van het verhaal, inclusief de reactie van de Goede Herder, die bij erkenning van schuld mogelijk met vele rechtszaken te maken krijgt.
Op dit moment wonen in Nederland circa twee miljoen mensen met een bijzondere band met het voormalige Nederlands-Indië. Zij of hun voorouders kwamen na het uitroepen van de Republik Indonesia naar Nederland. Het was de grootste migratiegolf ooit. Een deel van hen dacht dat hun verblijf hier tijdelijk zou zijn.
De stemmen van acht families vormen de kern van semipermanente voorstelling Ons Land. De interviews zijn verwerkt in de tentoonstelling. Deze persoonlijke en diverse maar voor velen herkenbare verhalen geven een beeld van de complexe postkoloniale geschiedenis, en hoe verschillend die beleefd werd en wordt. De familieverhalen in Ons Land starten in het heden. Van daaruit leiden ze ons terug het koloniale verleden in. De tentoonstelling eindigt weer in het nu.
Ons Land werd gemaakt door het Moluks Historisch Museum en het Indisch Herinneringscentrum i.s.m. Kossmanndejong en TiMe Amsterdam.
Zie eveneens de aankomende expertmeeting bij Sophiahof in Den Haag.
In het kader van de BHIC fellowships heeft Kirsten van der Wielen onderzoek gedaan naar de ZMV-vrouwenbeweging in Noord-Brabant (zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen). Voor dit onderzoek heeft ze zich specifiek beziggehouden met de Centra voor Buitenlandse Vrouwen in Oss en in Tilburg. Op basis van archiefonderzoek en afgenomen interviews is een beeld geschetst van de organisatievorming van ZMV-vrouwen in Noord-Brabant. Hier vindt u de overzichtspagina van het project.
Dit project kan worden opgesplitst in een onderzoeksopzet en de eindproducten. Van der Wielen richtte zich op de jaren ’80, specifiek feminisme en migratie. Het was het doel om de ZMV-vrouwenbeweging in Noord-Brabant in kaart te brengen. Zij richtte zich op de initiateven voor én door ZMV-vrouwen (via het CBV, Centra voor Buitenlandse Vrouwen), zowel door middel van archiefmateriaal als interviews. Hiervoor onderzocht zij de steden Oss en Tilburg.
De eindproducten zijn zowel gericht op een breed publiek als onderzoekers. Allereerst bracht dit onderzoeksresultaten voort aangaande de verschillende functies en het ontstaan van CBVs. Aan de hand van een onderzoekwijzer en lijst met archiefstukken kunnen latere onderzoekers gemakkelijk verdergaan met dit onderwerp.
De interviews komen nog op de website te staan.
Het project Ooggetuigen van de Gaswinning legt de komende twee jaar (vanaf april 2024) de verhalen van ten minste 100 mensen op video vast. Zo wordt op een unieke manier de recente geschiedenis aan de hand van persoonlijke verhalen verteld. De afgelopen jaren zijn al veel verhalen verzameld. Maar niet eerder zijn de getuigenissen van de inwoners en betrokkenen bij de gaswinning op een systematische en wetenschappelijke wijze vastgelegd. Dit initiatief wordt geleid door onderzoeker Nienke Busscher en geestelijk verzorger Marjo van Bergen. Naar verwachting worden de eerste interviews vanaf april 2024 opgenomen. U kunt dus nog meedoen aan dit project!
Hier kunt vindt u meer informatie over dit project.
En hier kunt u contact opnemen om mee te doen aan de interviews.
Hier is een (NPO-)interview met de leiders van het project.
Ooggetuigen van de Gaswinning is een initiatief van negen organisaties met wortels in Groningen naar een idee van Diepduik Media. Iedere partij brengt eigen expertise in, waardoor de (wetenschappelijke) kwaliteit wordt gegarandeerd. Speciaal voor dit project wordt een stichting opgericht. Zo wordt de onafhankelijkheid geborgd en kan de opbrengst van het project goed en zorgvuldig worden beheerd.
Link naar interviews
Mijn Stad Mijn Dorp
Verbroken belofte
Ditta op den Dries
9789083183411
Het boek werd in eigen beheer uitgegeven.
Bestellen kan door een e-mail te sturen naar: dwllatupeirissa[at]gmail.com
Het boek Verbroken Belofte is een initiatief van de Stichting 70 jaar Molukkers in Overijssel. De persoonlijke interviews met Molukkers van de eerste generatie, de tweede generatie en de derde generatie zijn afgenomen door journalist Ditta op den Dries. De oral history verhalen geven een beeld hoe Molukkers in Overijssel, 70 jaar na dato, naar hun geschiedenis kijken en hoe ze hun weg gevonden hebben in de Nederlandse samenleving.
Behalve de persoonlijke verhalen bevat het boek ook schetsen van de zeven plaatsen in Overijssel met Molukse woonwijken. De wijken zijn: Zwolle, Deventer, Staphorst, Almelo, Wierden, Rijssen en Nijverdal. Bij de officiële boekpresentatie in Nijverdal kwamen Molukkers van alle zeven gemeenten voor het eerst bijeen voor een herdenkingsdag.
De pijn van hun geschiedenis is nog steeds bij alle generaties Molukkers voelbaar aanwezig. Het feit dat jongere generaties in Nederland de Molukse geschiedenis niet kennen, wordt als zeer schrijnend ervaren. In onderwijsboeken staat weinig tot niets geschreven over ‘de Molukse kwestie’. Om van de geschiedenis te leren moet het Molukse verhaal blijvend verteld worden.
Het Volksbuurtmuseum vindt het belangrijk om ook van de periode na de Tweede Wereldoorlog tot de jaren 70 de verhalen van de volksbuurt bewoners uit Utrecht op te tekenen. Het interviewproject is breder dan alleen Wijk C, ook bewoners van de ‘nieuwe’ wijken als Kanaleneiland en Overvecht worden geïnterviewd.
De originele Utrechters, maar zeker ook de nieuwe Nederlanders komen aan het woord, de gastarbeiders, zoals men ze destijds noemde.
Hoe was het om hier te komen en hoe gaat het ze nu? Zij vertellen over het leven in de volksbuurt tussen 1945 en 1990. Honderd en één mensen zijn geïnterviewd over hun leven, hun werk en hun wijk. Hoe kijken ze daarnaar en welke ideeën willen ze meegeven aan (jonge) mensen voor de toekomst?
Het leven in de volksbuurt, 1945-1990
Adrianne Dercksen, Ingeborg Hornsveld
Nederlands Volksbuurtmuseum
Uitgeverij Betelgeuze
ISBN: 9789087081010
Het leven in een volksbuurt
In het boek en de podcastserie staat de geschiedenis van de Utrechtse volkswijken en hun bewoners centraal. Meer dan honderd volksbuurtbewoners zijn geïnterviewd over hun leven en hoe het vroeger was.
Het boek vertelt het verhaal van het leven van mensen uit Utrechtse volksbuurten van 1945 tot ongeveer 1990. Ze vertellen over hun kindertijd, hun ouders, school, uitgaan, seksualiteit, werk, de buurt, de stad, hun eigen gezin. Verhalen over armoede en hard werken om verder te komen. Over saamhorigheid in familie en de buurt, maar ook over dronkenschap en huiselijk geweld. Hoe werden migranten ontvangen en hoe vonden ze een plek in de samenleving?
Telkens is de vraag hoe mensen op hun leven terugkijken. Op de kansen die zij kregen op school en op hun werk. Welke hobbels kwamen ze tegen in het leven en hoe gingen ze daar overheen? Hoe denken ze over lotsbestemming en eigen verantwoordelijkheid? Wat willen ze jongeren van nu meegeven op basis van hun eigen levenservaring.
Het boek ‘Het leven in de volksbuurt’ is geschreven door Adrianne Dercksen en Ingeborg Hornsveld en is te koop in de museumwinkel of via uitgeverij Betelgeuze.
In deze serie hoor je fragmenten uit de interviews. Volksbuurtbewoners delen hun herinneringen, leren ons lessen en vertellen verhalen over het leven in de volksbuurt. De podcastserie is gemaakt door Jaap Hoeve en Bart Verbeek.
De film “Hier ben ik thuis” is in 2011 door Metropolis film gemaakt in opdracht van de projectgroep 50 jaar gastarbeiders Utrecht om te vertonen bij de gelijknamige tentoonstelling. In deze film komen drie generaties Utrechtse migranten aan het woord.
De eerste gastarbeiders die in 1960 in Utrecht aankwamen, zijn nu op leeftijd of al overleden. Hun verhalen zijn kostbaar.
In 2010 is de projectgroep ’50 jaar gastarbeiders in de stad Utrecht’ ze vast gaan leggen in een tentoonstelling en op een website. In maart 2020 is de website omgezet naar een nieuw systeem met een nieuwe lay-out, zodat hij ook de komende jaren weer veel bekeken en aangevuld kan worden.
RTV Utrecht maakte vijf portretten van gastarbeiders …
In het voorjaar van 2015 vierde STUK feest. Al 37,5 jaar begeeft het Leuvense kunstencentrum zich in de artistieke voorhoedes. Een boek (STUK, een geschiedenis 1977-2015; Uitgeverij Hannibal) en een tentoonstelling (Was het nu ’t Stuc, STUC of STUK?; STUK Expozaal) onderstreepten dit tegendraadse jubileum. Tegelijk diende de historische terugblik om even stil te staan en om te kijken, om vervolgens te kiezen voor een nieuwe toekomst als Huis voor Dans, Beeld en Geluid. Toch is zo’n ingrijpende koerswijziging in historisch perspectief allerminst uniek. Zichzelf opnieuw uitvinden zit in het DNA van de organisatie, als een logisch gevolg van de constante zoektocht naar artistieke vernieuwing.
Cultuurhistorica Marleen Brock (KU Leuven) vertelt in dit vlot geschreven boek het verhaal van 37,5 jaar STUK – geen mooi afgerond jubileum, maar even tegendraads als het kunstencentrum zelf. Leuke anekdotes en citaten uit interviews met sleutelfiguren, foto’s, affiches en documenten brengen de rijke geschiedenis tot leven.
Universiteit of Hogeschool
KU Leuven
Master of Arts, Master of history
Publicatiejaar: 2022
1 december 2021: hiv ‘viert’ haar veertigste verjaardag. Met ruim 40 miljoen slachtoffers op haar naam is het humaan immunodeficiëntie-virus het dodelijkste virus ter wereld. Ook vandaag gaan ruim 38 miljoen mensen, waaronder meer dan 17.000 Belgen, met de ziekte door het leven. Maar waarom de doemtoon van deze schrijver? Met medicatie die de virale lading niet-detecteerbaar maakt en Prep die beschermt tegen besmetting is de ziekte toch niet langer dodelijk? Jazeker, vanuit medisch perspectief is de ziekte, op een genezing na, zo goed als opgelost. Een bevragingen onder hivpositieve Belgen toonde echter aan dat het stigma doorleeft. Dit onderzoek is dan ook van een sociale aard.
Recente series als “It’s a sin” en “Pose” introduceerden met succes de geschiedenis van de globale aidscrisis bij een breder publiek. Tegelijkertijd maakten ze duidelijk hoe weinig we weten over de Belgische aidscrisis en wat het betekent te leven met hiv en aids in België. Kwalitatief onderzoek van onderuit kan hier verandering in brengen. Aan de hand van 16 diepte-interviews onderzocht Viktor Flamand hoe homomannen, zowel hivpositief als negatief, de aidscrisis ervaarden in België. Daarbij aansluitend analyseerde hij hoe diezelfde mensen hun herinneringen structureren en opbouwen.
Het resultaat was geen eenduidige uitspraak over een leven met hiv, maar wel een divers, gelaagd verhaal van 16 mensen met eigen verlies, pijn en unieke herinneringen.
Oudere Indonesiërs en Chinees-Indonesiërs in Yogyakarta
Het kunstproject Indonesische Portretten van Martin van den Oever, Petra Timmer en Jos Janssen is tot stand gekomen in het kader van het onderzoeksprogramma Van Indië tot Indonesië van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Het bestaat uit twee delen. Dit deel bestaat uit interviews met oudere Indonesiërs in Yogyakarta, die Nederlands hebben geleerd tijdens de koloniale tijd.
De interviews gaan in op gebeurtenissen en ervaringen in de jaren 1920 – 2006.
Er wordt voornamelijk over Nederland en Indonesië gesproken. Thema’s zijn o.a. Tweede Wereldoorlog, Japanse bezetting, angst, band met de Nederlandse taal en Nederland, jeugd, Indonesische revolutie, scholing, Japanse taal.
De collectie is beperkt openbaar. Bij interesse kan contact opgenomen worden met Jos Janssen.
De collectie staat op DV-tapes. Om de interviews duurzaam te bewaren voor de toekomst is digitalisering en overdracht aan een e-depot gewenst.