
Gerdi Verbeet is een Nederlandse voormalig politicus en bestuurder. Zij was van 2006 tot 2012 voorzitter van de Tweede Kamer en stond bekend om haar betrokken en verbindende stijl. Daarvoor was zij lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Na haar politieke loopbaan vervulde Verbeet diverse maatschappelijke functies en zette zij zich actief in voor herdenken en herinneringscultuur. Van 2015 tot 2021 was zij voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In die rol zette zij zich in om de betekenis van vrijheid levend te houden en nieuwe generaties te betrekken bij de geschiedenis.
Voor onze rubriek “Vijf vragen aan” spraken we met Gerdi Verbeet over het belang van herdenken, de waarde van democratische tradities en de rol van verbindende momenten in onze samenleving. Aan de hand van vijf vragen reflecteert zij op hoe we gezamenlijk betekenis geven aan verleden en heden, en wat dat vraagt van ons als burgers.
- Welke rol spelen persoonlijke verhalen volgens u in hoe wij geschiedenissen begrijpen en doorgeven?
Persoonlijke verhalen spelen een grote rol, ook in de politiek. Veel politici maken in hun bijdragen in de Kamer gebruik van eigen ervaringen om hun standpunten te onderbouwen. Dat maakt beleid concreet en herkenbaar.
Bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei is het doorgeven van persoonlijke verhalen zelfs een van de belangrijkste pijlers. Kinderen van oorlogsslachtoffers, mensen die in het verzet zaten of als kind moesten onderduiken, vertellen wat zij hebben meegemaakt. Juist die verhalen spreken jonge mensen het meest aan.
Ik heb dat zelf ook ervaren. In een korte introductie kun je met een persoonlijk verhaal meteen duidelijk maken uit welk milieu je komt en wat je gevormd heeft. Als sociaaldemocraat vind ik verbondenheid belangrijk. Als Kamervoorzitter had ik bijvoorbeeld foto’s hangen van het Bickerseiland, waar mijn grootmoeder vandaan kwam. Zo’n persoonlijk beeld ondersteunt je boodschap en maakt die invoelbaar.
- Wat heeft het luisteren naar persoonlijke verhalen u geleerd over wat er echt leeft in de samenleving?
Het heeft mij geleerd om nooit te snel te oordelen en altijd echt te luisteren. Na de moord op Pim Fortuyn verloor de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen enorm. We kregen veel brieven van mensen die vroeger PvdA stemden maar nu op Fortuyn hadden gestemd. Samen met collega’s ben ik met die mensen in gesprek gegaan.
Een van hen zei: “Jullie zeggen dat Fortuyn geen oplossingen heeft, maar jullie toch ook niet? Laat hem het dan eens proberen.” Dat soort gesprekken heeft mij geleerd dat je kiezers nooit moet verwijten wat ze stemmen. Je moet begrijpen welke problemen zij ervaren en die serieus nemen. Sindsdien praat ik nooit meer op dezelfde manier over mensen met andere opvattingen.
- Welke waarde heeft oral history voor toekomstige generaties?
Oral history is van enorme waarde. Denk aan de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog die zijn opgenomen: interviews met overlevenden, verzetsmensen en helpers. Als je hun gezichten ziet en hun stem hoort, maakt dat diepe indruk. Bijvoorbeeld in het Anne Frank Huis, waar mensen als Miep Gies hun eigen verhaal vertellen. Dat is ontzettend krachtig, zeker in een tijd waarin desinformatie een rol speelt. Echte verhalen van echte mensen zijn overtuigend.
Ook in mijn eigen leven zie ik hoe belangrijk dat is. Mijn grootmoeder was dienstmeisje en vertelde over armoede en vernedering. Zulke verhalen blijven je bij, zeker als ze komen van iemand van wie je houdt. Zo worden waarden doorgegeven. Eigenlijk werkt dat overal zo, ook religieuze tradities geven via verhalen hun waarden door.
- Wat betekent actieve betrokkenheid van burgers vandaag de dag, en welke rol spelen momenten zoals Prinsjesdag?
Ik vind het belangrijk dat de politiek veel meer gebruikmaakt van mogelijkheden om met burgers in gesprek te gaan. Denk aan Burgerberaad, zoals ook bepleit door David Van Reybrouck.
Als je de kennis en ervaring van mensen serieus neemt, ontstaat er meer begrip voor verschillende standpunten en kun je samen tot betere oplossingen komen. Mensen zijn tegenwoordig hoger opgeleid dan vroeger, maar voelen zich vaak minder betrokken. Tegelijkertijd zie je dat groepen uit elkaar groeien.
Juist daarom zijn initiatieven waarbij mensen meepraten en meedenken zo belangrijk, maar dan moet de politiek er ook echt iets mee doen. Anders haken mensen af.
Momenten zoals Prinsjesdag spelen ook een belangrijke rol. Er zijn maar weinig momenten die een samenleving zo verbinden als gezamenlijke gebeurtenissen waar mensen enthousiast van worden, denk aan voetbal, de Olympische Spelen of schaatsen, en in zekere zin vervult Prinsjesdag een vergelijkbare rol. Het ceremoniële karakter, de tradities en de gezamenlijke aandacht zorgen voor verbinding. Zulke gedeelde ervaringen dragen bij aan het democratisch besef.
- Wat hoopt u dat mensen meenemen als het gaat om het bewaren en doorgeven van verhalen?
Ik hoop dat mensen blijven inzien dat gedeelde verhalen uiteindelijk een gemeenschap vormen. Ze maken een land. Mijn grootmoeder was een echte verhalenverteller, en ik zie dat mijn kleinkinderen ook genieten van het luisteren naar verhalen. Samen eten en verhalen delen, dat is waardevol. Verhalen over oorlog, verzet en verraad zijn nog steeds actueel, bijvoorbeeld voor gemeenschappen die nu met onderdrukking te maken hebben.
Door verhalen te delen, leer je ook hoe je moet handelen in moeilijke situaties. Daarom is het belangrijk dat mensen die blijven vertellen. Ik ben zelf ook dol op biografieën. Via literatuur kun je gevoelens en waarden overbrengen. Nieuwe vormen zoals podcasts helpen daar ook bij. Tegelijkertijd is er een risico: door de enorme versnippering van media hebben we minder gedeelde verhalen dan vroeger. Juist daarom is het belangrijk om die gezamenlijke verhalen te blijven koesteren en doorgeven.